Strabisme en amblyopie
Voor meer informatie, bezoek
deze
website.
De belangrijkste oorzaken van een lui oog of amblyopie zijn scheelzien
(strabisme) en afwijkingen in de brekingssterkte van het oog zoals
verziendheid, bijziendheid of andere krommingsfouten van het hoornvlies of
de lens. Afgezien daarvan spelen een aantal voorschikkende factoren een rol,
zoals familiale factoren en prematuren. Deze laatsten kunnen gemakkelijker
afwijkingen vertonen in de brekingssterkte van het oog of strabisme en
krijgen daarom ook vaak een lui oog.
Als de ogen een afwijkende stand innemen, spreekt men van strabisme of
scheelzien. Hierbij kunnen de ogen naar binnen, naar buiten, naar boven of
naar onderen gedraaid zijn. De meest voorkomende vorm van congenitaal
strabisme is een strabisme waarbij de ogen naar binnen gedraaid zijn
(congenitale esotropie). De afwijking kan voorkomen aan één oog of aan beide
ogen. Het is belangrijk een volledig oogonderzoek uit te voeren met een
meting van de gezichtsscherpte en van de oogstand. Brengt het onderzoek een
verminderde gezichtsscherpte aan het licht, dan kan deze met een bril worden
gecorrigeerd. In geval van scheelzien, is het soms nodig om het andere
(goede) oog af te plakken gedurende een zekere tijd om het scheelziende
(slechte) oog beter te stimuleren en daarmee een betere gezichtsscherpte te
verkrijgen. Zo wordt het luie oog gedwongen om te functioneren. Als het
gezichtsvermogen aan het luie oog is gerecupereerd, is er meestal een
operatie nodig waarbij de oogspieren worden rechtgezet. Dergelijke operatie
gebeurt steeds nadat de gezichtsscherpte werd gestimuleerd. Deze operatie
kan op elke leeftijd; een lui oogje behandelen echter niet en moet gebeuren
voor de leeftijd van 6 jaar. Vandaar het belang om tijdig een strabisme te
diagnosticeren en te behandelen bij de oogarts.
|